Scrabble, HR 8 januari 1960, SNO19600108

 

Slaafse Nabootsing Online

Scrabble, SNO19600108
Instantie
: Hoge Raad
Datum: 8 januari 1960
Vindplaatsen:
 
Feiten
Volgens de Engelse onderneming J.W. Spear & Sons Ltd. (hierna: “Spears”) handelt de Nederlandse onderneming Hausemann en Hötte N.V. (hierna: “Hausemann”) onrechtmatig door het nabootsingen van het eerder door Spear op de markt gebrachte spel Scrabble.

Eerder heeft Hausemann tevergeefs getracht heeft om van Spear het recht op alleenverkoop voor Nederland van Scrabble te verkrijgen. Daarna heeft zij het gezelschapsspel Board Script in Nederland in de handel gebracht. Volgens Spear is  Board Script naar uiterlijk, spelregels, speelwijze en uitvoering een nabootsing van Scrabble.

De Rechtbank Amsterdam wees de vorderingen van Spear in eerste aanleg af. Het Gerechtshof Amsterdam heeft het vonnis van die Rechtbank bekrachtigd.
Het Gerechtshof overwoog onder meer dat Board Script op 13 belangrijke punten van Scrabble afwijkt, waardoor in redelijkheid aan de zorgvuldigheid welke Hausemann bij het navolgen van het Scrabblespel in acht had te nemen, heeft voldaan. Ook al zou het voor Hausemann wellicht mogelijk zijn geweest om ook in de andere door Spear gesignaleerde details verschillen aan te brengen.
Verder had Spear in hoger beroep aangevoerd dat het beginsel, dat het in het algemeen gesproken niet verboden is om van de in de producten van een concurrent geopenbaarde resultaten van inspanning, inzicht of kennis ten eigen voordele gebruik te maken, beperkt wordt tot producten welke voor de maatschappelijke vooruitgang betekenis hebben en dat daaronder spellen als de onderhavige niet vallen. Het Gerechtshof ziet geen reden om dat onderscheid te maken en ziet daarvoor ook geen aanknopingspunten in het Drukasbak-arrest.

Uitspraak
In het arrest van de Hoge Raad komen twee vragen aan bod: (1) In welke mate dient de beweerdelijk nabootser af te wijken? Op alle punten? En (2) Is het beslissend wat in de betreffende tak van nijverheid als toelaatbaar wordt beschouwd? 

Over de eerste vraag overweegt de Hoge Raad dat niet op alle punten hoeft te worden afgeweken, wel is er een verplichting om te doen wat redelijkerwijs nodig en mogelijk is. Nabootsing van het product van een concurrent – onverminderd de door dezen aan de Octrooiwet 1910, Stb 313 (oud), of aan de Auteurswet te ontlenen rechten – druist volgens de Hoge Raad alleen dan in tegen de zorgvuldigheid welke in het maatschappelijk verkeer betaamt, indien men zonder aan de deugdelijkheid en bruikbaarheid afbreuk te doen op bepaalde punten evengoed een anderen weg had kunnen inslaan en men door dit na te laten verwarring sticht. Deze zorgvuldigheid eist niet, dat het eigen product van dat van de concurrent verschilt op alle punten waarop dat zonder aan de deugdelijkheid en bruikbaarheid afbreuk te doen mogelijk zou zijn, doch zij wel de verplichting meebrengt om bij de nabootsing te doen wat redelijkerwijs mogelijk en nodig is om te voorkomen, dat door gelijkheid de kans op verwarring ontstaat of vergroot wordt.

De tweede vraag wordt ontkennend beantwoord. Voor het antwoord op de vraag of een gegeven handeling indruist tegen de zorgvuldigheid die in het maatschappelijke verkeer betaamt, is het feit dat zij in de betrokken tak van nijverheid als niet gebruikelijk en niet oorbaar wordt beschouwd, niet zonder meer beslissend.

Commentaar
In het Hyster Karry Krane-arrest  werd – kort gezegd – bepaald dat men onrechtmatig handelt als men verwarring sticht door na te laten een andere weg in te slaan als dit wel mogelijk is. In dit Scrabble-arrest wordt door de Hoge Raad (onder meer) bepaald in hoeverre men moet afwijken.
 
Kader
Andere rechtspraak:

Literatuurverwijzingen:

  • Volgt nog.

Download

Download hier de uitspraak SNO19600108 Scrabble.

Drukasbak, HR 12 december 1956, SNO19561221

drukasbakDrukasbak, SNO19561221
Instantie: Hoge Raad
Datum: 12 december 1956
Vindplaatsen: NJ 1960, 414

 

Feiten

[x]. Lion spreekt Borneo Sumatra Handelsmaatschappij N.V. (in het arrest afgekort met “de N.V.”) aan op basis van onrechtmatige daad c.q. het leerstuk van de slaafse nabootsing.

De N.V. heeft namelijk zogenaamde “drukasbakken” in de handel heeft gebracht. Dat zijn bakken of potten van aardewerk, type Delfts Blauw, voorzien van een metalen drukknopinstallatie. Deze bakken of potten vormden, voor wat betreft materiaal, vorm, kleur en decoratie, een tot in bijzonderheden getrouwe kopie van de drukasbakken van Lion. Lion verhandelde deze asbakken eerder dan de N.V.

De verkoop door de N.V. geschiedde bovendien tegen een aanzienlijk lagere prijs, dan die welke Lion hanteerde. Lion, die hierin onbehoorlijke mededinging zag en daardoor schade leed, dagvaardde de N.V. in kort geding en vorderde een verbod tot het gebruikmaken van de door haar ontworpen vorm en van het in de handel brengen van de als kopie of namaak te beschouwen drukasbakken, zulks op verbeurte van een dwangsom.

De president wees de vordering, behoudens t.a.v. een thans niet van belang zijnd onderdeel, toe. Na door N.V. ingesteld hoger beroep bekrachtigde het Hof het vonnis in eerste aanleg.

 

Uitspraak

In het arrest van de Hoge Raad komen vier vragen aan bod: (1) Is het leerstuk van slaafse nabootsing ook van toepassing bij navolging op niet-technisch terrein?, (2) Is het relevant dat de eiser het betreffende product zelf heeft ontworpen?, (3) Is het relevant dat de (beweerdelijk) nabootser een gunstigere prijs hanteert?, en (4) Is onderscheidend vermogen vereist?

De Hoge Raad beantwoordt de eerste drie vragen in één overweging. De Hoge Raad overweegt namelijk dat “slaafse” navolging van een product van een concurrent onrechtmatig kan zijn ook al ligt de navolging niet op technisch terrein, al heeft de concurrent het desbetreffend product niet zelf ontworpen en al kan het publiek dank zij de navolging het product verkrijgen tegen een lagere prijs dan voorheen.

De belangrijkste, althans bekendste, overweging uit het arrest gaat over het onderscheidend vermogen. Het Hof had in deze procedure enkel de drukasbak van Lion vergeleken met die van de N.V. Dat is volgens de Hoge Raad niet voldoende, omdat de “slaafse” navolging door de N.V. van Lion’s drukasbak slechts dan onrechtmatig zou kunnen zijn, indien deze zich qua uiterlijk aanmerkelijk zou onderscheiden van de andere in de handel zijnde modellen. 

 

Commentaar

In dit arrest wordt door de Hoge Raad bepaald dat het beweerdelijk nagebootste product onderscheidend vermogen dient te hebben, in die zin dat het zich aanmerkelijk onderscheidt van andere in de handel zijnde modellen. Zonder onderscheidend vermogen kan er namelijk geen sprake zijn van verwarring, hetgeen blijkens het Hyster Karry Krane-arrest (onder meer) vereist is.

In de rechtsliteratuur wordt minder aandacht besteedt aan de drie andere punten die door de Hoge Raad worden overwogen. Ten eerste wordt overwogen dat ook navolging op niet-technisch terrein onrechtmatig kan zijn. Ten tweede hoeft het product van eiser niet zelf ontworpen te zijn. Het gaat er dus om dat degene die het betreffende product (als eerste) op de markt heeft gebracht beschermd kan worden tegen verwarringwekkende nabootsingen. Ten derde is de omstandigheid dat een nagebootst product tegen een lagere prijs wordt aangeboden niet relevant. Dat is ook logisch, omdat er dan nog steeds sprake is van verwarring.

 

Kader

Andere rechtspraak:

  • Dit arrest geeft een nadere invulling aan de eis van verwarring uit het Hyster Karry Krane-arrest. Zonder onderscheidend vermogen geen verwarring. 

Literatuurverwijzingen:

Download

Download hier de uitspraak SNO19561221 Drukasbak.

Hyster Karry Krane, HR 26 juni 1953, SNO19530626

hyster-karry-krane1Hyster Karry Krane, SNO19530626

Instantie: Hoge Raad
Datum: 26 juni 1953

Vindplaatsen: NJ 1954, 90 m.nt. Houwing, BIE 1953, p. 113, AA 1953, p. 10 m.nt. Hijmans van den Berg

 

Feiten

Hyster heeft onder de naam “Hyster Karry Krane” een kraan op de markt gebracht. Geveke heeft als alleen-vertegenwoordiger de verkoop van deze kraan in zowel Nederland als Indonesië in handen en heeft van Hyster een licentie gekregen de kraan ook zelf te bouwen.

Thole brengt vervolgens onder de naam “The Elephant” een kraan op de markt die qua constructie, hijshoogte, hijsvermogen, de grootte van de vlucht en de draaicirkel overeenstemt en slechts wat een gering verschil in de breedte van de kraan en de bok betreft verschilt. Ook het reclamemateriaal is wat inhoud en uitvoering betreft ontleend aan het reclamemateriaal van Hyster en Geveke.

De Hyster Karry Krane was niet beschermd door auteurs- of octrooirecht. 

 

Uitspraak

Het onrechtmatig handelen van Thole bestaat uit het op alle van primair belang zijnde punten, die bestemd en geschikt zijn om de deugdelijkheid en bruikbaarheid van een zodanig werktuig te bevorderen, vrijwel volkomen na te bootsen. De nagebootste constructie is het resultaat van jarenlange inspanning en kosten door Hyster. Thole wil zo voordeel trekken uit de goede naam van de Hyster Karry Krane en beter zijn opgewassen tegen de concurrentie van Hyster en Geveke – welk doel Thole ook heeft bereikt.

 

Aangezien het over het algemeen aan een ieder moet vrijstaan om aan zijn industriële producten een zo groot mogelijke deugdelijkheid en bruikbaarheid te geven, is het niet verboden  om voor dat doel, ten eigen voordele en mogelijk tot nadeel van een concurrent, van in diens producten geopenbaarde resultaten van inspannig, inzicht of kennis gebruik te malen, tenzij daardoor inbreuk wordt gemaakt op een octrooi of auteursrechten. Dit is zelfs dan toegestaan als die ander daardoor nadeel ondervindt en bij het publiek tussen de eigen producten en de producten van de ander verwarring kan ontstaan.

 

Nabootsing is alleen dan niet geoorloofd indien men zonder aan de deugdelijkheid en bruikbaarheid afbreuk te doen op bepaalde punten evengoed een andere weg in had kunnen slaan en men door dit na te laten verwarring sticht.

 

Wat betreft de reclame-uitingen van Thole: ook het voeren van deze reclame, die verwarring in de hand werkt, had achterwege moeten blijven. Het toch voeren van deze reclame leidt echter niet tot een verbod van het in de handel brengen van “The Elephant”, maar tot een verbod op de reclame zelf.

 

Het auteursecht kwam bij de Hoge Raad niet aan bod. Daarover overwoog het Gerechtshof in hoger beroep, dat Hyster en Geveke niet hebben gesteld waarom de Hyster Karry Krane een werk van op nijverheid toegepaste kunst zou zijn en het Gerechtshof geen reden zag om die kraan als zodanig te beschouwen.

 

Commentaar

Dit is hét standaardarrest over slaafse nabootsing. In dit arrest wordt door de Hoge Raad voor het eerst uiteengezet wat de vereisten zijn voor slaafse nabootsing.

 

De conclusie van de Advocaat-Generaal J. Eggens is lezenswaardig. Ten eerste omdat de achtergrond van het arrest duidelijk wordt, namelijk dat het bij slaafse nabootsing niet zozeer gaat om bescherming van (product)vormgeving maar om bescherming tegen verwarring. De A-G stelt: Van andere dan in deze zin nodige nabootsing zal m.i. de nabootser zich behoren te onthouden in het belang van degene wiens product hij nabootst: de in deze zin nodige na-bootsing moge rechtens niet afkeurenswaardig zijn en dus niet “slaafs” genoemd mogen worden, dat is wel het geval voorzover daaraan een onnodige nabootsing wordt toegevoegd, en daarmede – onnodig voor het algemeen belang – gevaar wordt geschapen voor verwarring van het product voor degene wiens werk wordt nagebootst met dat van de nabootser. Ten tweede wijst de A-G in zijn conclusie op de verplichting van degene die een werk van een ander gebruikt, om – voorzover redelijk -te voorkomen dat de producten met elkaar verward worden. De verplichting om zoveel mogelijk af te wijken werd later aangenomen en uitgewerkt in de volgende arresten van de Hoge Raad: Scrabble-arrest SNO19600108 (HR 8 januari 1960), Monte/Kwikform-arrest SNO19891201 (HR 1 december 1989) en Impag/Hasbro-arrest SNO20010629 (HR 29 juni 2001).  

 

Kader

Andere rechtspraak:

De vereisten uit deze uitspraak worden later in talloze uitspraken uitgewerkt:

1. Over het verwarringsvereiste:

2. Over het vereiste om af te wijken:

 Literatuurverwijzingen:

Download

Download hier de uitspraak SNO19530626 Hyster Karry Krane.